Toine Tax: ‘Ik vind het belangrijk dat mijn personeel gelukkig is, of het ons nu geld kost of niet’

12-11-2020

 Werken bij een poppodium zit er tijdens de coronacrisis helaas even niet in. Zalen als Doornroosje, TivoliVredenburg en Paradiso – om er maar een paar te noemen – moeten verplicht hun deuren gesloten houden. In deze nieuwe reeks portretinterviews ga ik op zoek naar de mensen achter het poppodium Doornroosje, met dit keer als laatste in de serie: Toine Tax (60). Directeur-bestuurder van Doornroosje.

(Foto: Jeffrey Hage)

Met een harde plof valt de deur naar het kantoorgedeelte van Doornroosje dicht. De zwarte vloer en rode muren die normaal in de garderobe, het café en richting de rode zaal te zien zijn, zie je ook hier terug. Links van de zojuist doorlopen deur zou normaal de receptioniste zitten, maar vanwege het coronavirus is deze werkplek nu slechts een kale ruimte met een computerscherm. Er heerst doodse stilte op de gang. Alleen het zachte gerammel op een toetsenbord en het geklik van een muis is in de verte hoorbaar. Ik draai mijzelf naar links en zie een magere man in een zwart trainingsjack met rode strepen naar een computer scherm staren. Hij lijkt compleet op te gaan in het scherm en schrikt zelfs een beetje als ik op het kozijn klop. “Dag Toine, mijn naam is Jeffrey Hage. Wij hebben vandaag een afspraak voor een interview”. De man kijkt op van zijn scherm en schuift een rode leesbril van zijn ogen naar zijn hoofd. “Ja! Jeffrey! Leuk dat je er bent. Ga lekker zitten,” zegt Toine terwijl hij een glas water haalt en voor zichzelf een kommetje cup-a-soup meeneemt. De geur van de tomatensoep vult de ruimte als Toine gaat zitten en ons gesprek start.

“Wij zijn 80% van onze inkomsten kwijt”

Hoe gaat het nu?
Toine krabt even met zijn hand op zijn hoofd als de eerste vraag wordt gesteld. “Het voelt voor ons nu een beetje alsof we in het oog van de storm zitten,” vertelt hij terwijl hij zijn magere benen over elkaar vouwt en comfortabel gaat zitten. “Het is relatief rustig nu, maar het is wel duidelijk dat als de overheid ons niet helpt we dit niet gaan overleven,” besluit Toine al snel. “Wij zijn 80% van onze omzet kwijt geraakt. En dat is hoe je het ook ziet gewoon een hele zware dobber voor ons. Ik vergelijk deze situatie vaak met een schip. Dat schip is Doornroosje en de Ministers van OCW (Arie Slob en Ingrid van Engelshoven, red.) willen dat schip het liefst aan het eind van het jaar veilig in de haven terug zien. Wat alleen wel van belang is, is dat dat schip nog intact is als het die haven in gaat komen. En niet dat wij als onze geldreserves er doorheen hebben moeten jassen om nog steeds een schip te blijven. Kort gezegd wachten we op dit moment nog op steun van de overheid. En áls die gaat komen kunnen wij (Doornroosje, Merleyn, Valkhof etc., red.) als schip tot het eind van dit jaar zeker nog intact blijven en goed aan 2021 beginnen,” zegt Toine terwijl hij met zijn hand op de lichtbruine houten tafel drukt om zijn punt duidelijk te maken.

“De zingeving die werk biedt aan mijn personeel vind ik belangrijker dan geld”

Het personeel
Het personeel van Doornroosje bestaat uit een soort drieluik van mensen in vaste dienst, freelancers en payrollers. “Het is gek om te zien, maar van het vaste personeel heeft de een het heel erg druk, waar de ander juist niet eens naar kantoor mag komen om zijn of haar werk te doen. Een aantal mensen die nu thuiszitten hebben we echt ongelukkig zien worden omdat ze hun werk niet om handen hebben. Dat vinden wij heel pijnlijk, maar we hebben wel met zijn allen besloten om juist nú dingen te gaan organiseren. Ik zou als directeur juist moeten zeggen: organiseer niks, want het kost geld, maar wat ik nu zie is dat mijn personeel juist helemaal opleeft omdat ze weer wat in Doornroosje kunnen doen. En ja, dan kost het ons geld, maar de zingeving van werk voor mijn personeel vind ik belangrijker dan dat,” besluit Toine terwijl hij de laatste restjes vermicelli uit zijn soep lepelt.

“Verder hebben wij ook een grote groep freelancers voor wie de situatie helemaal problematisch is. Zij kunnen wel wat steun krijgen van de overheid, maar ook zij zullen hun (geld)reserves aan moeten spreken om het hoofd boven water te houden. Persoonlijk vind ik dat echt verschrikkelijk. Wij kunnen het probleem alleen – helaas – niet voor ze oplossen, maar ik hoop vooral dat ze allemaal weer terugkomen op het moment dat we weer op volle sterkte kunnen gaan draaien. In de tussentijd probeer ik ze toch maar wat in te plannen op de shows die nu wel door kunnen gaan. Het is misschien een druppel op de gloeiende plaat, maar wel beter dan niets.”

“Wij zien ons personeel en helpen hen waar we dat kunnen”

“Als laatste hebben we dan ook nog de payrollers die hier via Peter Paul Geraeds werken,” gaat Toine verder. “De mensen die al een langere tijd via Peter Paul voor Roosje werkten konden doorbetaald worden. Helaas gold dit niet voor iedereen en is er helaas toch ook een groep die buiten de boot is gevallen. We proberen echter wel onze verantwoordelijkheid te nemen voor iedereen door de eerder genoemde shows te organiseren. Dan kunnen zowel de mensen van de payrolling, freelancers en het vaste personeel toch iets bijdragen. Ik wil dan ook vooral dat mensen weten dat wij ze zien. En dat we er alles aan doen om iedereen op een bepaalde manier te helpen waar we dat kunnen.”

Lef
Als het woord ‘lef’ valt tijdens het gesprek met Toine gebeurt er iets bijzonders. Hij kijkt strak voor zich uit en vertelt wat hij bedoelt met lef in zijn management structuur. “Wat ik vaak zie is dat mensen bepaalde zaken als functioneringsgesprekken voor zich uit schuiven, omdat ze bang zijn om de confrontatie aan te gaan. Ik doe het juist andersom. Ik maak eerst de moeilijke keuzes, want dan wordt al het andere ineens een stuk minder zwaar. Nu heb ik ook lef moeten tonen in mijn manier van managen, door de interne discussie aan te gaan over het uitgeven van vouchers aan onze bezoekers. We hadden nu prima onze bezoekers vouchers kunnen geven voor concerten waar ze kaartjes voor hadden gekocht. Maar iemand die bijv. De Dijk wil zien, wil de Dijk zien. Niet iets anders. En voor de korte termijn was het voor ons goed geweest om ons publiek vouchers te geven, maar dat vind ik niet transparant van ons als poppodium en is slechts een oplossing voor de korte termijn,” besluit Toine.

“Slechts 9% van de bezoekers van de bezoekers wilde haar geld terug”

“We blijven het in die zin doen zoals altijd. Als je een kaartje koopt en de show wordt verplaatst heb je 2 weken om je geld terug te vragen, no questions asked. Mijn marketingteam wilde echter toch graag die vouchers hebben. Want met een voucher, kun je mensen wel een ander concert aanbieden waar ze wellicht in eerste instantie niet naartoe zouden zijn gegaan. Ik was het hier niet mee eens. En nu we een tijdje verder zijn hebben we juist gezien dat er van de mensen die een kaartje gekocht hebben waarna de show verplaatst werd, slechts 9% haar geld terug heeft gevraagd. Precies hetzelfde percentage als voor de coronacrisis. Het publiek blijft dus vertrouwen in ons houden, maar er was wel lef voor nodig om iedereen ervan te overtuigen dat dit de juist keuze voor Doornroosje zou zijn.”

Passie
En dan gooien we het ineens over een andere boeg. Naast zijn werk bij Doornroosje heeft Toine namelijk nog veel meer passies. Eén van die passies is voetbal. Zo hangt er in het kantoor een hertengewei met een blauw-rode sjaal van de wedstrijd Ajax – Tottenham Hotspur. En als de vraag ‘of je nog iets met voetbal doet’ gesteld wordt begint Toine te vertellen. “Ja, nou, kijk maar!” zegt Toine terwijl hij zijn rechterbeen omhoog tilt en een flink korstende schaafwond aanwijst. “Ik voetbal zeker nog steeds. Ik speel sinds 1978 met vrienden in het team van Uni VV (van de Radboud Universiteit, red.). Ik speel geen wedstrijden meer, maar ik voetbal nu gewoon lekker voor de lol. Vroeger was voetbal ook echt een passie voor mij. Ik ben zelfs als linksbuiten in het Brabants elftal terecht gekomen en was in die tijd best een goede voetballer,” lacht Toine. “Een echte carrière van voetbal maken zat er voor mij alleen helaas niet in. Ik was niet zó goed dat ik ook bij Ajax of Feyenoord terecht kon komen. En in die tijd moest dat wel als je echt van de sport wilde leven. Daarom heb ik de keuze gemaakt om te gaan studeren, want ik wist dat ik daar veel verder mee kon komen dan met voetbal.”

“Daarnaast heb ik ook een hele grote passie voor reggae. De backbeat van reggae is iets wat mij altijd geraakt heeft en dat begon een beetje op de middelbare school toen ik een vriend had die Bob Marley platen draaide. Het resulteerde er zelfs in dat ik vanaf de jaren ’90 10 tot 15 jaar thuis alleen maar reggae heb geluisterd en festivals als Reggeageel en Sundance intensief heb gevolgd!,” lacht Toine.

“Ik heb geen verstand van muziek, dus ik kom niet backstage”

Bijzonder optreden
Eén van de meest bijzondere optredens die Toine in zijn jaren bij Doornroosje heeft gezien is de show van Linton Kwesi Johnson. “Het is wel een lang verhaal hoor,” vertelt Toine in eerste instantie. “Zo rond de beginjaren van 2000 heb ik ooit gezegd dat als Linton Kwesi Johnson naar Roosje kon komen mijn taak er ‘op’ zou zitten. Dus je kan je wel voorstellen dat ik in 2005 heel blij was dat hij zou komen,” glundert Toine. “Robert (Meijerink, programmeur, red.) heeft het op 23 november 2005 voor elkaar gekregen om Johnson naar Nijmegen te halen. Johnson is een dub-poëet en in samenwerking met de Universiteit lukte het dat jaar toch om hem naar Nijmegen te halen. Hij besloot toen wel om niet zijn band mee te nemen, maar als dichter op het podium te gaan staan en vanuit zijn eigen bundels voor te dragen.”

Johnson ontmoeten vond Toine echter toch not done. “Ik heb geen verstand van muziek, dus ik kom nooit backstage. Artiesten hebben contact met de programmeurs, met de stagehands- en managers, dan moet ik mezelf daar niet ook nog eens in gaan mengen. De show van Johnson was echter wel fantastisch. Het publiek neuriede alle nummers mee en Johnson leidde ieder nummer zo’n 10 minuten in voor hij begon. Alles was heel persoonlijk. Zo vertelde hij een verhaal over een neefje van hem die onder de trein geduwd werd in Balham, Londen. Er stonden allemaal blanke mensen naar het voorval te kijken, maar niemand deed iets en niemand weet wie het gedaan heeft.”

“Ik ben écht naar het graf van dat neefje geweest”

“Dit voorval, naast andere gebeurtenissen hebben ervoor gezorgd dat Johnson blanke mensen extreem wantrouwde. Iets wat later die avond werd bevestigd toen de eindafrekening plaats moest vinden en Johnson weigerde om zijn paspoort te laten kopiëren. En dat zou weer betekenen dat we Johnson dubbel zouden moeten betalen en dat gingen we niet doen. Uiteindelijk ben ik toen zelf naar Johnson toe gegaan, wat ik dus normaal nooit zou doen. Ik heb toen met hem gesproken en heb gezegd dat ik altijd fan van hem ben geweest. En dat er in Nederland ook heel veel witte mensen zijn die hem adoreren. Ik vertelde hem ook dat ik heel vaak in Londen was geweest. En sterker nog: ik was 2 weken voor de show bij het graf van zijn neefje geweest om mijn steun te betuigen. Johnson keek me aan. ‘Waar was dat graf?’ ‘Hoe ben je gelopen’. Ik gaf er antwoord op, want ik ben daar toen daadwerkelijk geweest. Johson geloofde zijn oren niet. Hij vroeg me daarop: ‘Wat doe jij hier eigenlijk?’ Dus ik zei: ‘Nou, ik heb eigenlijk een kopie van je paspoort nodig voor de eindafrekening.’

“De volgende dag is hij terug naar Doornroosje gekomen en vroeg hij naar mij. Ik was er toen zelf niet, maar ik had wel een poster op mijn kamer hangen van Linton Kwesi Johnson. Hij heeft toen – zonder dat ik het doorhad – die poster gesigneerd en ik heb dat niet doorgehad totdat mensen me erop wezen,” lacht Toine terwijl hij opstaat en met een snelle pas naar de oranje poster aan de muur loopt. Daar zie je in piepkleine letters de volledige naam staan: Linton. Kwesi. Johnson. In goudkleurige inkt geschreven en zo subtiel dat als je het niet zou weten je het nooit op zou vallen.

Toine lacht van oor tot oor en geniet duidelijk aan hij terugdenkt aan het moment. “Het mooiste vind ik nog wel dat Johnson mij alsnog niet vertrouwde en me daardoor op eigen houtje is op komen zoeken. En dat terwijl ik precies kon vertellen waar ik in Londen geweest was en hoe dat graf van zijn neefje eruit zag. Hij had mij gecheckt, maar moest het toch zeker weten,” lacht Toine. Londen is trouwens wel echt mijn favoriete stad hoor,” gaat Toine verder terwijl hij aangeeft dat onze tijd er – helaas –  bijna op zit. “Londen is echt mijn stad. Ik ken alle wijken en geef er sinds de jaren ’80 al rondleidingen. Londen is waar voetbal en reggea samenkomen. En ja, ik zit ook gewoon graag in de kroeg, dus wat wil een mens nog meer,” lacht Toine terwijl we elkaar een elleboog geven en richting de deur gaan.

“Ik neem je glas wel mee hoor, dat is geen moeite. Tot ziens,” zegt Toine terwijl ik de deur achter me dicht laat ploffen. “Wat een fijn gesprek,” bedenk ik mezelf. “En wat fijn dat ik vanavond toch weer even kan proeven aan de beste bijbaan ter wereld.”

 

Jeffrey Hage
Journalist, muziek- en festivalliefhebber pur sang. Barmedewerker bij Doornroosje in de weekenden. Scherpe interviewer en reportage-afnemer op de doordeweekse dagen.

 

Jeffrey Hage
De Ruyterstraat 207
6512 GD Nijmegen
Mail: jeffreyhage@outlook.com
Site: https://www.interlacemedia.net
Mob: + 31 6 55 79 39 31  

« Terug
×